![]() ![]() |
Praktische
adviezen |
|
|
zitmeditatie
'Allereerst
is het belangrijk om een houding aan te nemen, waarbij je gemakkelijk en
ontspannen een langere tijd stil kunt zitten. Een zitkussen kan daarbij een
goede hulp zijn. Je kunt er één onder je billen schuiven en eventueel ook één
(of meer) onder je knieën, zodat je stevig en gemakkelijk rechtop kunt zitten.
Zorg ervoor dat de buik niet door een al te strakke riem wordt afgekneld. De
handen kun je tezamen in de schoot of op de beide dijbenen leggen. De rug
behoort recht te zijn, maar niet op een gespannen manier. De ogen kun je
sluiten. Als je moeite hebt om met
gekruiste benen te zitten , dan is het ook mogelijk om op een bankje te zitten.
Als je ouder bent of als je specifieke lichamelijke klachten hebt, dan is het
ten slotte ook altijd mogelijk om op een stoel te zitten.
Het
is vooral belangrijk zo objectief mogelijk te benoemen of te registreren wat
zich aandient, één object tegelijk, namelijk steeds weer datgene dat zich op
het moment op een duidelijke en gemakkelijk waarneembare manier aan je voordoet.
Dat kan van alles zijn: horen, zien, denken, voelen, enzovoort. Om echter op
een gemakkelijke manier opmerkzaamheid te kunnen ontwikkelen is het nuttig één
object als uitgangspunt of basis te beschouwen. In deze meditatietechniek is
dat het rijzen en dalen van de buik. Met het in- en uitademen gaat de
(onder)buik op en neer, twee bewegingen die gemakkelijk waarneembaar zijn. Je
zult opmerken dat de buik rijst of uitzet als je inademt en weer daalt of valt
als je uitademt. Je kunt je bewust zijn van deze bewegingen. Verander
in geen geval de manier van ademen! Maak de adem niet langzamer, sneller of
dieper dan dat ze uit zichzelf gaat. Adem op een natuurlijke manier en benoem
het rijzen en dalen van de buik zoals deze processen vanzelf plaatsvinden.
Benoem in gedachte, niet hardop. In
vipassanā-meditatie maakt het niet uit met welk woord of in welke taal je
benoemt. Het meest belangrijke is het kennen of waarnemen van het object. Het
benoemen of registreren van wat waargenomen wordt is een ondersteuning in het
observeren, een hulpmiddel dat gezien kan worden als een zachte fluistering op
de achtergrond. Terwijl je je bewust bent van (het begin tot het einde van)
het rijzen en dalen van de buik, benoem of registreer je deze bewegingen dus
gelijktijdig en overeenkomstig. Benoem elke beweging op zo’n manier dat dit
parallel loopt met het bewust zijn van de beweging. Het bewust zijn en het
benoemen of registreren behoren synchroon te lopen of samen te vallen, net als
een geworpen steen die een doel raakt. Het je bewust zijn en benoemen of
registreren van de op- en neergaande bewegingen van de buik is een aspect van
wat in het Satipatthāna sutta kāyānupassanā
wordt genoemd: opmerkzaamheid met betrekking tot het lichaam.
Als je langere tijd hebt zitten mediteren kunnen gevoelens van ongemak of
stijfheid in je lichaam ontstaan. Op momenten dat dit soort gevoelens
duidelijk naar voren treden kun je deze als nieuw meditatieobject
beschouwen en ze benoemen, precies op het moment dat ze duidelijk
waarneembaar zijn. Hetzelfde geldt voor gevoelens van pijn, jeuk, moeheid,
lichamelijke zwaarte of lichtheid, gemak of ontspanning, warmte of kou. Ook
hierbij geldt dat je niet hoeft te proberen om het gevoel kwijt te raken of
weg te kijken, terwijl je ook niet de aandacht er nog eens specifiek op hoeft
te gaan richten. Je hoeft je er alleen maar bewust van te zijn en het te
benoemen of te registreren zoals het herkend wordt. Dit doe je zolang het
gevoel zich vanzelf aandient en duidelijk waarneembaar is, zonder te
manipuleren of te sturen met de aandacht. Verdwijnt het gevoel naar de
achtergrond of lost het vanzelf op, dan kun je je weer bewust zijn van het
rijzen en dalen van de buik en deze processen benoemen of registreren. Blijft
het gevoel aanwezig, ga dan door met het registeren ervan, zolang het zich
duidelijk blijft manifesteren. Als het gevoel echter ondraaglijk wordt, dan
hoef je niet krampachtig stil te blijven zitten. Je kunt dan rustig op een
langzame manier van houding veranderen en hierbij steeds doorgaan met het
waarnemen en benoemen van wat er gebeurt. Op een dergelijke manier omgaan met
lichamelijke gewaarwordingen is een aspect van wat in het Pali vedanānupassanā
wordt genoemd: opmerkzaamheid met betrekking tot gevoelens.
De geest dwaalt misschien af tijdens het observeren en benoemen van de
bewegingen van de buik. Als je je hier bewust van wordt, dan behoor je dit ook
op te merken. Soms is het zo dat een gedachte direct stopt, op het moment dat
deze herkend wordt. Dan hoef je er verder niets meer mee te doen, ze is dan
immers alweer verdwenen. Je kunt dan weer het volgende object registreren dat
zich aandient. Als de gedachte echter nog daar is op het moment van
herkenning, dan behoor je deze op te merken of te registreren. Als de gedachte
zich voordoet als dwalen, benoem je dit als ‘dwalen’, ‘dwalen’, ‘dwalen’. Als
dit één, twee of drie keer benoemd is en de geest vanzelf ophoudt met dwalen,
dan keer je terug naar het weet hebben en benoemen van het rijzen en dalen van
de buik. Als je ergens aan terugdenkt dan benoem je dit als ‘terugdenken’,
‘terugdenken’, ‘terugdenken’
of als ‘herinneren’, ‘herinneren’, ‘herinneren’. Als je in gedachten
iemand ontmoet dan benoem je dit als ‘ontmoeten’, ‘ontmoeten’, als je in de
geest met iemand praat merk je dit op als ‘praten’, ‘praten’, enzovoort.
Omdat we ons dikwijls niet bewust zijn, of er niet in slagen deze
bewustzijnsactiviteiten te registreren, neigen we ertoe ons te identificeren
of te vereenzelvigen met deze activiteiten. We neigen ertoe te denken dat er
een ‘ik’ is die fantaseert, denkt, oordeelt, plannen maakt, kent of waarneemt.
We denken dat er een persoon is die van kinds af aan heeft geleefd en gedacht,
terwijl er in de werkelijkheid alleen maar deze voortgaande en elkaar
opvolgende geestesactiviteiten plaatsvinden. Hoe meer we ons vereenzelvigen
met ervaringen (posities, dingen en mensen), des te zwaarder worden de
problemen of ballast we met ons meedragen. Als deze ervaringen immers
verdwijnen, weggaan of verloren raken, krijgen we een gevoel van missen, angst
of boosheid door de gehechtheid en identificatie ermee. Daarom is het aan te
raden elke cognitieve activiteit te benoemen of te registreren op het moment
dat ze duidelijk herkend wordt. Het is een medicijn tegen de universeel
menselijke ziekte of het probleem van gehechtheid en identificatie, of - in
het geval de gedachte als onplezierig ervaren wordt - het probleem van
weerstand en conflict.
Belangrijk om te vermelden is dat je je niet bezig hoeft te houden met de
inhoud van de gedachte. Je hoeft bijvoorbeeld niet te weten waarom je denkt of
waar, wanneer en met wie een herinnerde gebeurtenis plaatsvond. Aan de andere
kant hoef je ook niet te proberen de gedachte kwijt te raken of haar ‘weg te
benoemen’. Het is voldoende om de gedachte eenvoudigweg als verschijnsel waar
te nemen en te registreren, zolang zij duidelijk aanwezig is, zonder erop in
te gaan of te proberen haar stop te zetten. Als de gedachte vanzelf verdwenen
of opgelost is kun je weer terugkeren naar het weet hebben en benoemen van het
rijzen en dalen van de buik.
In principe hoef je tijdens het observeren en benoemen of registreren van het
rijzen en dalen van de buik niet te zoeken naar andere ervaringen
of objecten. Het kan echter gebeuren dat een geluid zich vanzelf
duidelijk aan je opdringt en je aandacht in beslag neemt. Op zo’n moment hoef
je dat niet als een verstoring te beschouwen, maar kun je dat als nieuw
meditatieobject gaan observeren en benoemen als ‘horen’, ‘horen’, ‘horen’,
zolang het geluid zich duidelijk aan je voordoet. Of zie je beelden met
gesloten ogen, dan kun je het (mentale) zien benoemen, zolang dit duidelijk
herkenbaar is. Je hoeft het geluid of het beeld dat je ziet niet te beschouwen
als een verstoring maar als een nieuw
meditatieobject, even waardevol als het rijzen, dalen, fysieke
gevoelens of gedachten. Daarnaast hoef je je
niet te bekommeren om de inhoud van wat je ziet of hoort noch hoef je
te proberen het geluid of het beeld
‘weg te kijken’. Soms herken je echter een geluid of een beeld en interpreteer
je het als ‘trein’, ‘auto’, ‘buurman’, ‘boom’, en dergelijke. Op zulke
momenten kun je dit benoemen als ‘interpreteren’ of als ‘herkennen’; anders
kun je gewoon het zien, horen, ruiken of raken opmerken.
Naast dit soort zintuiglijke ervaringen zijn er nog allerlei andere ervaringen
die je tijdens het mediteren kunt hebben, zoals bijvoorbeeld momenten van
ongeduld of irritatie met betrekking tot pijn, gedachten of het stil zitten.
Of momenten van genieten, verlangen, twijfel, onzekerheid, slaperigheid,
bezorgdheid of rusteloosheid. Op het moment dat een dergelijke reactie of
emotie in je opkomt hoef je ook deze niet te beoordelen als verstoring. Je
kunt de emotionele reactie integreren in het meditatieproces en haar
eenvoudigweg opmerken of benoemen op het moment dat het zich duidelijk
voordoet, als ‘ongeduld’, ‘ongeduld’, ‘genieten’, ‘genieten’, ‘onzeker’,
‘onzeker’, enzovoort. Het is goed om te beseffen dat dit soort ervaringen als
meditatieobject even waardevol zijn als bijvoorbeeld het rijzen en dalen van
de buik, het horen van een geluid, een fysiek gevoel of een gedachte.
Misschien
dat andere emotionele gevoelens op de voorgrond komen, zoals gevoelens van
geluk, blijdschap, verrukking, kalmte, verdriet, frustratie, teleurstelling,
schuldgevoel, verveling, vertrouwen of gemotiveerdheid. Je hoeft dergelijke
emoties alleen maar waar te nemen en te benoemen of te registreren, zoals en
zolang ze duidelijk herkenbaar zijn, als bijvoorbeeld ‘gelukkig’,
‘gelukkig’, ‘verdrietig’, ‘verdrietig’ of ‘kalmte’,
‘kalmte’, al naargelang de aard van de emoties. Verder hoef je er niets mee
te doen. Het benoemen of registreren van deze laatste en vierde categorie wordt
ook wel dhammānupassanā
genoemd, oftewel opmerkzaamheid met betrekking tot mentale en fysieke
verschijnselen in het algemeen en in het bijzonder met betrekking tot de
verschijnselen die je naast de eerste drie categorieën kunt tegenkomen tijdens
het mediteren.
Kort
samenvattend kan gezegd worden dat je steeds weer bezig bent met het observeren
en benoemen of registreren wat zich in lichaam en geest afspeelt. Zonder
voorkeur of afkeer neem je waar en registreer je wat op het moment duidelijk
herkenbaar op de voorgrond is of treedt. Het maakt in principe niet uit wat de
aard van het object is. Of het een gedachte, een lichamelijk gevoel, een geluid,
een (plezierige of onplezierige) emotie of het rijzen en dalen van de buik is,
al deze ervaringen zijn gelijkwaardig en kunnen als meditatieobject beschouwd
worden op het moment dat ze zich duidelijk aan je voordoen: één tegelijk,
namelijk steeds weer precies datgene wat op het moment prominent is. In die zin
is opmerkzaamheid een flexibele kwaliteit van geest en kan van moment tot moment
een andere ervaring als object hebben.
Je
hoeft niets duidelijker te maken, vast proberen te grijpen of vast te houden,
weg te kijken of te verdringen. Neem een mentale of fysieke ervaring louter en
alleen waar en registreer deze zoals
ze zich vanzelf presenteert en zolang zij op de voorgrond is. Maak ook geen
zware verplichting van het benoemen of registreren. Het is een oefening die
gaandeweg steeds vertrouwder zal worden en vloeiender zal gaan verlopen. Het in
contact zijn met of bewust zijn van wat zich in het hier en nu afspeelt blijft
uiteindelijk altijd het belangrijkst; het benoemen of registreren kan beschouwd
worden als een waardevol en ondersteunend hulpmiddel om kracht te geven aan de
opmerkzaamheid.
ligmeditatie
Inzichtmeditatie
kan ook liggend beoefend worden. Hiervoor kun je op een gemakkelijke manier op
de rug gaan liggen. Leg eventueel een kussentje onder het hoofd; leg de armen
langs het lichaam of leg de
handen
(elkaar rakend) op de buik. Ook liggend op de zij kan ligmeditatie goed beoefend
worden en bij lichamelijke klachten kan uiteraard altijd een variatie gezocht
worden, waarbij je een langere tijd stil kunt liggen. Verder gelden dezelfde
adviezen als voor de zitmeditatie.
|